
Het grootste meer van Beieren de Chiemsee, ook het Beierse Meer genoemd, is het overblijfsel van een vroegere gletsjer. Het is 18 kilometer lang, 14 kilometer breed en 85 vierkante kilometer groot. Het wordt gevoed door de Tiroler Ache en de Prien en geeft zijn water af aan de Alz, die bij Seebruck, de voormalige Romeinse vesting Bedaium, het meer verlaat. In het zuiden wordt het meer begrensd door de markante profielen van de Kampenwand, Hochgern en Hochfelln. Idyllisch liggen Herren-, Frauen- en Krauteiland in het stille water. Bijna te perfect oogt de compositie van kleur en licht die al schilders en dichters, koningen en heiligen betoverde. De Benedictijnen waren de eersten die de verlokking niet konden weerstaan en zich hier al in de 9e eeuw vestigden. Wie kan het hen kwalijk nemen?

Wie op het eerste gezicht verliefd wordt op dit stukje aarde, verkeert in goed gezelschap: de Beierse koning Ludwig II, Ludwig Ganghofer en Ludwig Thoma, een hele schilderskolonie en de vaders van de Duitse grondwet hebben deze eilanden als vaderland gekozen. Ook de Kelten en de Romeinen vestigden zich aan de Chiemsee, voor hen waarschijnlijk interessant vanwege de rijkdom aan vis. Met 2,4 vierkante kilometer is Herrenchiemsee het grootste eiland. Het werd beroemd door de kasteelbouw van de sprookjeskoning Lodewijk II van Beieren. Het tuincomplex van het Neue Schloss komt in grote lijnen overeen met het park van Versailles. Met de gerenoveerde fonteinen en de zeven bronnen is het een heerlijke plek om te vertoeven.


